Psychosynthese

Plaatsbepaling binnen het vakgebied van de psychologie.

Psychoanalyse uitgebreid met concepten uit de cognitieve gedragstherapie, de humanistische psychologie en de transpersoonlijke psychologie.

Oriëntatie van de therapievorm.

Gesprekstherapie.

Wat is psychosynthese?

De oprichter, Roberto Assagioli (1888-1974), werd door zijn tijd- en vakgenoten Freud en Jung gezien als een belangrijke uitdrager van de psychoanalyse in Italië. In plaats van de orthodoxe freudiaanse psychoanalyse koos hij echter zijn eigen weg. Hij ontwikkelde een theoretisch concept van de menselijke geest en psyche vanuit een multidimensionale benadering (ideeën en gedachten uit de wetenschappelijke psychologie in combinatie met inzichten uit de westerse filosofie en de mystieke tradities uit het oosten), die hij in 1926 officieel psychosynthese noemde.

Kerngedachten.

  • De mens beschikt over een zelfhelend vermogen. Dit vermogen kan opnieuw aangesproken worden. Ook als het verborgen of kwijt geraakt is onder een groot verlies, vastgeroeste patronen of andersoortige blokkades.
  • Elk mens heeft een persoonlijk levensverhaal met de daarbijbehorende gedachten, gevoelens, behoeften, idealen en kwaliteiten. Het behoort tot zijn unieke mogelijkheden zich hiervan bewust te worden.
  • Elk mens heeft een ziel met de wil als richtinggevend principe en heeft een solide persoonlijkheid nodig gebaseerd op identiteit, bewustzijn en verantwoordelijkheid in het hier en nu.
  • De mens is een ondeelbaar geheel. De lichamelijke, emotionele, verstandelijke, spirituele en relationele aspecten kunnen niet los van elkaar en evenmin als te isoleren verschijnselen gezien worden.
  • De verschillende kanten van de menselijke persoonlijkheid als geheel heten subpersonen, elk bestaande uit de bovengenoemde aspecten. Subpersonen kunnen zich kenbaar maken op velerlei wijzen en dus ook in de vorm van symptomen en pathologische verschijnselen.

Theoretische uitgangspunten: het ei van Assagioli.

  • Het lagere onbewuste: dit bevat de primitieve, biologische driften/complexen en de ervaringen/trauma’s uit de jeugd en kindertijd.
  • De persoonlijke dimensie: in de kern van het middelste onbewuste, dat gemakkelijk toegankelijk is voor het menselijk bewustzijn bevindt zich een centrum van persoonlijke zelf of het ik. Dit zelf is erop gericht constructief richting te geven aan de ontwikkeling van een solide persoonlijkheid die effectief functioneert. In het zelf is de wil gesitueerd. De wil is een uitdrukking van autonomie en heeft een leidende en regulerende functie.
  • De transpersoonlijke dimensie: het zelf is met een navelstreng verbonden met de top van het ei: het Hogere Zelf, het hoogste punt van het hogere of transpersoonlijke onbewuste. Het Transpersoonlijke Zelf is het integratieve aspect van de mens en het bevindt zich op de grens van het persoonlijke en het collectieve. Het staat zo hoog in het diagram om aan te geven dat het omringend, doordringend en omvattend inwerkt op het hele Zijn in alle richtingen en lagen.
  • Op de laag van het transpersoonlijke onbewuste vormt zich intuïtie en spiritualiteit, het gevoel voor zin en betekenis van het leven, de meest authentieke identiteit en de diepste ervaring van Zijn. Dat kan zich uiten in artistieke, filosofische, wetenschappelijke inspiratie, creatieve, ethische en contemplatieve belevingen, verlichting en extase. Het Transpersoonlijke Zelf is de zetel van Hoger Bewustzijn, Liefde en Wil. Vanuit deze plek kan de mens zich richten op de wereld buiten zijn persoonlijke ik om een breder perspectief in te nemen en daarmee begeeft hij zich op de laag van de zingeving.
  • Het collectieve onbewuste. Dit is het onbewuste dat de mensheid tot zijn beschikking heeft en waar het individu uit kan putten. Alle grenzen tussen de delen van het ei zijn als stippellijnen weergegeven om te benadrukken dat de onderscheiden lagen in het diagram elkaar doordringen.