Gestalttherapie

Plaatsbepaling binnen het vakgebied van de psychologie.

Humanistische psychologie.

Oriëntatie van de therapievorm.

Ervaringsgerichte therapie waarin lichaamsbeleving en de wisselwerking tussen de cliënt en zijn omgeving een belangrijke plaats inneemt.

Wat is Gestalttherapie?

Gestalttherapie is ontwikkeld door Fritz en Laura Perls (1893-1970) en is gebaseerd op de fenomenologische grondhoudingen zoals die zijn uitgewerkt door Buber en Levinas. Zij maakt gebruik van de inzichten van de veldtheorie van Lewin over de wisselwerking tussen de mens en zijn omgeving (veld). Het is met name aan Goodman te danken dat veel van het Boeddhistische gedachtegoed verwerkt is in de gestalttherapie.

Het is een belangrijke bijdrage aan de afstemming op de existentiële en spirituele behoeften en inzichten van de mens. Als procesgerichte vorm van psychotherapie gaat het in gestalttherapie meer om hóe en vanuit welke veronderstellingen de cliënt kijkt en reageert op bepaalde gebeurtenissen en minder om de gebeurtenissen zelf. Een mens heeft fysieke (voedsel, seksualiteit) en emotionele (erkenning, aandacht) behoeften. Wanneer niet in die behoeften wordt voorzien, ontwikkelt hij creatieve mechanismen om niet teveel last te hebben van het tekort of om het tekort te overleven. Die mechanismen blijven vaak intact, ook als ze niet meer nodig zijn.

Dan wordt zo’n mechanisme een belemmering. Mensen kunnen ook worstelen met existentiële vragen en vragen over zingeving.
“Ik heb alles wat mijn hartje begeert en toch ben ik niet gelukkig. Hoe zit dat?” In Gestalttherapie als contacttherapie is het de relatie tussen therapeut en cliënt, waarin de cliënt kan ervaren hoe hij contact maakt met zichzelf en met zijn omgeving. Het gaat om inzicht in de oplossingsstrategieën die hij gebruikt en de beperkingen daarvan.

Ook is van belang dat hij zich verhoudt tot de mogelijkheden en onmogelijkheden van zijn omgeving. Uitgangspunt hierbij is dat wat er is, in het hier en nu. De cliënt onderzoekt en herkent in hoeverre hij zich laat bepalen door ervaringen uit het verleden of wensen ten aanzien van de toekomst. Hij leert hoe hij zelf vorm (gestalte) kan geven aan zijn leven in wisselwerking met zijn omgeving.

In de veilige situatie van de therapiekamer mag geëxperimenteerd worden met nieuw gedrag en nieuwe inzichten.